Bovenstaande punten komen echter uit ieder scenario naar boven en aan de hand hiervan heeft het kabinet haar beleid vastgesteld en het Energierapport 2011 op vrijdag 10 juni goedgekeurd. Het rapport bevat een groot aantal maatregelen op het gebied van energiehuishouding.
· De energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, om zo een CO2-arme economie in 2050 te bewerkstelligen. De uitstoot van CO2 moet verminderd worden tegen zo laag mogelijke kosten. Een goed en helder Europees systeem van emissiehandel (ETS) moet hierbij helpen.
· Het kabinet streeft naar een evenwichtige mix tussen grijze en groene energie. Ook kernenergie is nodig om de risico’s over meerdere energie-opwekmogelijkheden te spreiden. Kernenergie leidt ook niet tot CO2-uitstoot. Op het gebied van groene energie is de aanpak gericht op het ontwikkelen en rendabel maken van hernieuwbare energietechnologieën.
De lange termijn aanpak staat in het teken van innovatie, zodat een concurrerende positie voor groene energie kan worden gecreëerd. De korte termijn aanpak richt zich op het stimuleren van productie door middel van subsidies (SDE+). Daarbij wordt tevens een leveranciersverplichting voor hernieuwbare energie meegenomen. De SDE+ wordt per 1 juli 2011 opengesteld. Om de SDE+ te financieren komt per 2013 een opslag op de energierekening. Meer over SDE+ lezen.
· Subsidieconcurrentie m.b.t. hernieuwbare energie tussen de verschillende Europese lidstaten moet worden weggenomen door betere samenwerking binnen Noordwest-Europa
· Het kabinet maakt het mogelijk nieuwe kerncentrales te bouwen in Nederland. Hiervoor wordt de Kernenergiewet aangepast. Het kabinet komt uiterlijk in 2014 met een stappenplan met betrekking tot de eindberging radioactief afval. Mogelijk dat deze kabinetsperiode de eerste vergunning(en) al wordt verleend.
· Onder strenge criteria werkt het kabinet de invoering en vormgeving van een leveranciersverplichting hernieuwbare energie en het verplicht bij- en meestoken van biomassa in kolencentrales verder uit.
· Onderzeese opslag CCS-technologie wordt gestimuleerd door demonstratieprojecten.
· Een minderheidsaandeel in de landelijke netbeheerders wordt geprivatiseerd, met als doel de Noordwest-Europese integratie te bevorderen.
· De NMa voert een evaluatie op de E-wet en de Gaswet uit die gericht is op deregulering, vermindering van de toezichtlasten, administratieve lasten en nalevingskosten.
· Energie is aangemerkt als economische topsector.
· Het kabinet wil de positie van Nederland als gasland verzilveren door de positionering als gasrotonde van (Noordwest) Europa.
· Potentie en milieueffecten onconventioneel gas worden verder onderzocht. Rekening wordt gehouden met milieu, natuur en landschap.
· Nederland wordt klaar gemaakt voor de veranderende samenstelling van gas. Landelijk transportbeheer gas wordt verantwoordelijk voor de samenstelling. Voor grootverbruikers wordt een mix van maatregelen ingericht, zodat zij hun installaties kunnen aanpassen.
· Er dient een betere balans te komen tussen olievoorzieningszekerheid en de kosten voor strategische olieopslag.
· Netbeheerders moeten meer ruimte krijgen om te investeren in netten ten behoeve van de voorzieningszekerheid en het inpassen van hernieuwbare energie. De kostenverdeling van de extra infrastructuur moet beter verdeeld worden tussen netbeheerder en producent.
· Het kabinet heeft 22,5 mln. € beschikbaar gesteld voor proeftuinen voor de ontwikkeling van slimme netten.
· De werking van de emissiehandelssysteem ETS moet worden verbeterd. Het kabinet zet daarbij in op het uitbreiden van emissiehandel naar andere sectoren.
· Het kabinet voert actieve energiediplomatie om de olievoorzieningszekerheid te waarborgen. Er wordt ingezet op een adequaat Europees kader voor infrastructuur. Het kabinet steunt voorstellen om de vergunningsprocedures te versnellen.
· Het kabinet wil een Green Deal met burgers en bedrijven, waarmee snel resultaat geboekt wordt in de komende jaren Green Deal is niet enkel gericht op energie, maar bevat ook o.a. duurzaam inkopen, afval en mobiliteit.
· Lokale overheden krijgen meer ruimte om lokale warmteprojecten mogelijk te maken. Elektrisch vervoer wordt verder gestimuleerd.
· Energiebesparing in de gebouwde omgeving wordt verder gestimuleerd, o.a. door de uitrol slimme meters en de implementatie van de Europese richtlijn EPBD. Aanscherping van de EPC zodat nieuwbouw vanaf 2020 energieneutraal is.
Naar de mening van Energy Circle moet naar de meest kostenefficiënte oplossing worden gezocht. Vooralsnog is dat energiebesparing in de gebouwde omgeving en in de processen van grote warmtegebruikers. Een goed energiebesparingsonderzoek kan de handvaten hiervoor aanreiken.
Wilt u meer informatie over de onderwerpen, of wilt u weten wat het voor u als ondernemer betekent, neem dan contact met ons op.